Onderhoud mazoutketel

Aan welke verbrandingswaarden moet een centraal stooktoestel voldoen?

De vereiste verbrandingswaarden zijn afhankelijk van het type stooktoestel, het bouwjaar en de brandstof.

1. Er worden twee types centrale stooktoestellen onderscheiden. Dit kan je terugvinden op het keuringsrapport, het reinigings- en/of verbrandingsattest, het verwarmingsauditrapport of op het kenplaatje of de handleiding van de ketel:

  • Atmosferische of open toestellen (Type B ): dit zijn toestellen die de verbrandingslucht rechtstreeks uit het stooklokaal ontnemen, bv. B11, B11bs, B23 etc.;
  • Gesloten toestellen (gasunit in geval van gasvormige brandstof of type C): dit zijn toestellen die de verbrandingslucht rechtstreeks van buitenaf (open lucht) ontnemen met behulp van vb. een dubbelwandig concentrisch rookgasafvoerkanaal (via een dak- of muurdoorvoer)

2. Het bouwjaar kan worden afgelezen op:

  • Keuringsrapport of reinigings- of verbrandingsattest of het verwarmingsauditrapport;
  • De kenplaat van de ketel;
  • Technische documentatie van de ketel;
  • Factuur van plaatsing.

3. De brandstof wordt ingedeeld in:

  • Gasvormig (aardgas, butaan, propaan…);
  • Vloeibaar (stookolie);
  • Vast (steenkool, houtpellets…).

Op basis van deze gegevens kunnen de vereiste verbrandingswaarden afgelezen worden uit onderstaande tabellen.

 

  Type toestel Bouwjaar

Minimaal CO2-gehalte (%)

Maximaal CO-gehalte (koolstofmonoxide) (mg/kWh)

Minimaal verbrandings-rendement (%)

Maximale rookgas-temperatuur (°C)

Gasvormige brandstof Niet-premix gasbrander (GI) Vóór 1/1/1988

300

82

300

Tussen 1/1/1988 en 31/12/1997

200

86

250

Vanaf 1/1/1998

150

88

200

Premix gasbrander (GI) Vóór 1/1/1988

270

84

250

Tussen 1/1/1988 en 31/12/1997

150

88

200

Vanaf 1/1/1998

110

90

180

Gasketel met ventilatorbrander (GII) Vóór 1/1/1988

6,5

270

85

250

Tussen 1/1/1988 en 31/12/1997

7,5

150

88

220

Vanaf 1/1/1998

8,5

110

90

200

Vanaf 1 januari 2018

Gasvormige brandstof Niet-premix gasbrander (GI)

Alle

150

88

200

Premix gasbrander (GI)

Alle

110

90

180

Gasketel met ventilatorbrander (GII)

Alle

110

90

200

 

Vloeibare brandstof

  • Voor type B toestellen (atmosferisch, open) moet de schoorsteenonderdruk minstens 10 Pa bedragen; verder geen onderscheid tussen type B en C;
  • Voldoende verluchting van het stooklokaal

Maximale rookindex (Bacharach)

Minimaal CO2-gehalte (%)

Maximaal CO-gehalte (koolstofmonoxide) (mg/kWh)

Minimaal verbrandingsrendement (%)

Maximaal O2-gehalte (zuurstof) (%)

1

12

155

90

4,4

Vaste brandstof

  • Het toestel verspreidt slechts zelden en op kortstondige wijze hinderlijke en milieuverontreinigende rook.
  • In de schoorsteen en de rookgasafvoerkanalen heerst er steeds voldoende trek overeenkomstig met de waarde bepaald in de technische handleiding van het toestel.